Op het land wil niemand ze in de achtertuin, maar in de achtertuin van ons allemaal - de Noordzee - zijn ze inmiddels een belangrijke Nederlandse energiebron: windmolens. Ze zorgen voor 15 procent van de elektriciteit van huishoudens en bedrijven. Maar energiebedrijven zien geen brood meer in de aanleg van nieuwe windparken op zee.

De afgelopen jaren won Eneco diverse aanbestedingen voor reusachtige windparken op de Noordzee. Maar aan de inschrijving voor een volgende vergunningronde, voor een nieuw park op meer dan 50 kilometer voor de kust van IJmuiden, doet Eneco nu niet mee. Het gaat om windmolens die stroom moeten gaan leveren voor miljoenen huishoudens.

"De vraag naar groene stroom moet meer gestimuleerd worden en dat moet zich vertalen naar hogere energieprijzen. Anders kunnen wij de kosten van windparken op zee gewoon niet meer terugverdienen. Het is te duur geworden", zegt Eneco-bestuursvoorzitter As Tempelman.

Energiebedrijven zagen de kosten van onder meer kabels, stalen funderingen, koper en turbines de laatste tijd stijgen. "Daarnaast zijn de financieringskosten vele malen hoger omdat de rente is gestegen", zegt Joël Meggelaars van energiebedrijf Ørsted. En dat bedrijf ziet nog tal van risico's: "Is er dadelijk wel een klant die mijn stroom wil afnemen tegen een fatsoenlijke prijs? Is die er niet, dan komt de businesscase ook niet rond."

Eneco is dus zeker niet de enige partij die afhaakt. "Als de Nederlandse overheid het beleid niet aanpast, kan ik me moeilijk voorstellen dat wij gaan inschrijven op een nieuw windmolenpark. We zien in het buitenland veel aantrekkelijkere opties", aldus Meggelaars. Ook andere energiebedrijven lieten eerder al weten weinig interesse te hebben.